De Dood van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in Tijdsperspectief

Auteur: Hugo Stoffelsen


TOT OP HEDEN is de dood van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893) een onopgeloste zaak.[1] De componist van Het Zwanenmeer en De Notenkraker staat in dit artikel centraal in een moordonderzoek.[2] Hoe en waarom het leven van Ruslands grootste componist tot een einde kwam, is ook in onze tijd nog een punt van discussie. Een ongelukkige cholerabesmetting is de officiële doodsoorzaak, terwijl anderen menen dat dit zelfmoord was en een recente theorie zelfs van moord spreekt.


Om orde en duidelijkheid te scheppen in een landschap van verschillende verhalen, zal het tijdsverloop van de drie scenario’s worden besproken. Door te kijken naar de onderlinge verschillen en de mogelijkheden binnen de tijd, kunnen hopelijk conclusies worden getrokken die ons dichter tot de waarheid zullen brengen.


Dood door cholera

De officiële lezing van de dood van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski wordt gegeven door de broer van de componist, Modest Tsjaikovski, in de biografie uit 1902. In het laatste hoofdstuk van The Life & Letters of Peter Ilich Tchaikovsky bespreekt Modest de laatste dagen van zijn beroemde broer, waarbij hij een duidelijk tijdsoverzicht geeft. In dit relatief korte hoofdstuk heeft de schrijver met name aandacht voor de Zesde Symfonie, het incident waardoor Tsjaikovski ziek zou zijn geworden en het verloop van diens lijden.[3]


Op 22 oktober 1893 (Gregoriaanse kalender) kwam Tsjaikovski aan in Sint-Petersburg, waar hij werd ontvangen door Modest en Vladimir Davidov, de zoon van hun zuster Alexandra.[4] Ondanks dat zijn nieuwste symfonie tijdens de repetities geen indruk had gemaakt op het orkest, was Tsjaikovski in een uitstekend humeur. Hij hield vol dat de Zesde Symfonie het beste was dat hij ooit had geschreven of ooit zou schrijven. Toen de symfonie voor het eerst werd opgevoerd op 28 oktober, werd ze met applaus ontvangen, maar het publiek was duidelijk niet zo stellig als Tsjaikovski zelf. De volgende dag zat Tsjaikovski aan de ontbijttafel bij Modest, terwijl hij nadacht over een titel voor de symfonie, die op deze dag naar de uitgever gestuurd moest worden. Zijn eigen idee Een Programmasymfonie vond hij niet goed. Modest stelde Tragische Symfonie voor en Symphonie Pathétique. Die tweede was een schot in de roos en deze titel werd opgestuurd. De volgende dag echter, op maandag 30 oktober, bedacht de componist zich. Hij schreef aan zijn uitgever Jurgenson, in de hoop dat het nog niet te laat was, dat de symfonie gewoon No. 6 moest heten, opgedragen aan Vladimir Davidov.[5] “It is very strange about this Symphony”, voegde hij toe. “It was not exactly a failure, but was received with some hesitation. As far as I am concerned, I am prouder of it than of any of my previous works. However, we can soon talk it over together, for I shall be in Moscow on Saturday”.[6] Dat ging helaas niet door, zal dadelijk blijken.


Een belangrijk onderdeel van de argumentatie van Modest is dat hij schrijft over de plannen die zijn broer nog had. In deze periode sprak Pjotr Tsjaikovski namelijk veel over het herzien van zijn opera’s De Opritsjnik en De Maagd van Orléans. Wat zijn gemoed betreft, was de componist deze laatste dagen niet per se vrolijk, maar ook nog niet depressief.


Op 31 oktober ging Tsjaikovski naar de opera De Makkabeeën van Anton Rubinstein. De avond daarna dineerde hij met een kennis, Vera Boetakov, waarna hij het Alexandrinskitheater bezocht om het toneelstuk Een Brandend Hart van Ostrovski te zien. Tijdens de pauze spraken hij en Modest achter de schermen met de acteur Varlamov. Toen het onderwerp op de dood kwam, zei Tsjaikovski dat hij dacht nog lang te zullen leven. Vanuit het theater, het zal rond elf uur zijn geweest, gingen hij en zijn neven graaf Litke en baron Buxhövden naar het restaurant Leiner om te souperen. Modest kwam een uur later en liet zich vertellen dat Pjotr macaroni had gegeten, en zoals gewoonlijk witte wijn en sodawater had gedronken. In de nacht van 2 november verlieten zij om twee uur het restaurant, terwijl Tsjaikovski zich nog steeds goed voelde. Die nacht sliep hij slecht en de volgende morgen verscheen hij niet aan de ontbijttafel. Hij was enigszins onwel en had last van zijn buik. Om elf uur had hij zich alsnog aangekleed en ging de deur uit om Nápravník te zien, maar na een halfuur was Tsjaikovski alweer terug en nog steeds onwel. Hij wilde absoluut geen dokter zien en Modest was maar weinig bezorgd, omdat zijn broer Pjotr wel vaker last had van dergelijke klachten.[7]


Toen vond er een cruciale gebeurtenis plaats. Tijdens de lunch van donderdag 2 november at Tsjaikovski niets, maar hij schonk wel een glas ongekookt water voor zichzelf in en nam er een flinke teug van. Modest en Vladimir schrokken van zijn onverstandigheid, vanwege het gevaar van cholera, maar Tsjaikovski meende dat er niets aan de hand was. Volgens Modest was zijn broer van alle ziekten het minst bang voor cholera. Daarna werd de toestand van de zieke alleen maar erger en Tsjaikovski zei zelf dat dit kwam door de grote dosis Hunyadi János die hij eerder had genomen.[8] Dit is helend water dat helpt bij darmklachten, met als hoofdingrediënten zoutsulfaat en magnesiumsulfaat.[9] Tegen de avond zag Modest zich genoodzaakt om tegen de wil van de zieke in toch de dokter te halen en om acht uur kwam hij terug met dokter Vasilji Bertenson. De dokter zag direct de ernst van de situatie en liet zijn broer Lev erbij halen. De patiënt was zwak en had last van een zware druk op de borst. Hij zei meermaals dat hij zou sterven. De broers Bertenson, de beste dokters van Petersburg, stelden al snel de diagnose van cholera.[10]


Afb. 1. Tsjaikovski opgebaard, gefotografeerd door Nikolaj Gundvizer, Malaja Morskajastraat 13 in Sint-Petersburg, 6 november 1893, Tchaikovsky Research, geraadpleegd op 1 februari 2021, http://en.tchaikovsky-research.net/pages/File:Photo128.jpg.


In de nacht van vrijdag 3 november vochten de verzorgers van de stervende man tegen de hevige krampen, waarmee zij ’s ochtends succes leken te hebben. Op vrijdag was Tsjaikovski hoopvol. Hij was in staat grapjes te maken en geloofde dat hij aan de dood was ontsnapt. Maar de volgende dag was zijn neerslachtigheid weergekeerd: “Leave me, you can do no good. I shall never recover”.[11] Intussen was het tweede stadium van de cholera aangebroken, dat gekenmerkt wordt door volledig nierfalen. Op zaterdag 4 en zondag 5 november sliep Tsjaikovski veel en rusteloos. Hij dwaalde door zijn geest en was maar korte momenten bij bewustzijn. Dikwijls liet hij verwijtend de naam van Nadjezjda von Meck vallen.[12] Dat zijn mecenas en zielsverwant hem in de steek had gelaten, was Tsjaikovski zwaar gevallen.[13] Modest vertelt ook dat Pjotr zijn bediende Alexis niet meer kon herkennen. Tevergeefs werd de ijlende componist in een warm bad gezet, waarna zijn hartslag alleen maar zwakker werd. Om drie uur ’s nachts op maandag 6 november kwam zijn lijdensweg tot een einde. Pjotr Tsjaikovski overleed in het bijzijn van zijn broers Nikolaj en Modest, zijn neven Litke, Buxhövden en Vladimir Davidov, drie dokters en zijn trouwe bediende Alexis Sofronov.[14]


Zelfmoord door cholera

Opvallend aan het tijdsverloop van The Life & Letters is dat Tsjaikovski al ziek is op de ochtend van 2 november, terwijl het glas met het fatale water pas die middag wordt gedronken. Men kan niet ’s ochtends al ziek zijn van iets dat men pas ’s middags heeft gedronken. Het kan wel zo zijn dat Tsjaikovski eerst normale buikkrampen had, waardoor hij tevens kwetsbaar was, en dat hij pas in de middag is besmet met cholera. Toch blijft het dan een opmerkelijk verhaal. Een studie met de titel The incubation period of cholera: a systematic review,[15] geeft uitsluitsel over de incubatieperiode van cholera (afb. 2). Uit de grafiek blijkt dat slechts 5% van de choleragevallen symptomen ontwikkelt binnen een halve dag, 30% binnen één dag, 50% binnen anderhalve dag, en binnen viereneenhalve dag zijn bij 95% van de gevallen symptomen te bespeuren. Op de avond van 2 november, enige tijd na acht uur, was de diagnose van cholera gesteld. Vanaf de lunch, wanneer Tsjaikovski het ongekookte water zou hebben gedronken en besmet is geraakt, verstrijkt er nog geen halve dag. Als men één uur ’s middags als het tijdstip van het water neemt, en negen uur ’s avonds als het tijdstip van diagnose, dan komt men uit op acht uur verschil. Dit is nog niet eens een halve dag, waarbinnen slechts 5% van de gevallen al symptomen heeft ontwikkeld. Daarom lijkt het verhaal van Modest een onwaarschijnlijk scenario.



Afb. 2. PubMed, Estimated cumulative distribution of incubation period for all toxigenic cholera (O1 and O139). Horizontal bars show the 95% credible intervals and samples from the posterior distribution (illustrating the uncertainty in the estimates) are shown as transparent lines. Geraadpleegd op 1 februari 2021. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23201968/.

In de verhaallijn van zijn historische roman Symfonie Pathétique (1949) lost Klaus Mann dit probleem op zonder de tijdlijn van The Life & Letters geweld aan te doen. De schrijver heeft duidelijk zijn huiswerk gedaan door de biografie van Modest te bestuderen. Het dramatisch verloop hoeft hij amper te versterken, omdat de werkelijkheid genoeg biedt, zoals het gesprek met Varlamov over de dood.[16] Het grote verschil zit erin dat Mann het fatale glas met water verplaatst naar de avond bij Leiner, op 1 november.[17] Het klinkt onwaarschijnlijk dat een restaurant ongekookt water serveert, maar het tijdsverloop in dit scenario is meer realistisch. Mann zegt dat de diagnose plaatsvond om negen uur.[18] Als men ervan uitgaat dat het souperen rond elf uur op zijn vroegst begon en Tsjaikovski om elf uur besmet is geraakt, dan is de diagnose om negen uur de volgende dag bijna een etmaal later. Dertig procent van de gevallen ontwikkelt binnen één dag symptomen. Hij was natuurlijk ’s ochtends al niet wel, maar als men zeven uur ’s ochtends neemt als het tijdstip waarop de eerste symptomen zich voordeden, dan is dat nog steeds acht uur na de besmetting. Dit is niet onmogelijk, hoewel het alsnog erg snel is. Wat de incubatieperiode betreft, is dit verhaal waarschijnlijker dan het officiële verhaal.


Klaus Mann schrijft dat Tsjaikovski het ongekookte water drinkt met de hoop cholera te krijgen.[19] Deze veronderstelling is puur literair en is enkel met psychologische argumenten te onderbouwen. Niemand kan bewijzen of Tsjaikovski gewoon onvoorzichtig en ongelukkig was of dat hij opzettelijk het gevaar opzocht, hopend aan cholera te sterven. Met de Zesde Symfonie, die vlak voor het overlijden van de componist klaar was, heeft Tsjaikovski volgens Klaus Mann de “Taak” volbracht. Hij heeft de top van zijn kunnen bereikt en mag nu toegeven aan zijn depressie.[20] In “Beloved friend”: The Story of Tchaikowsky and Nadejda von Meck (1937), geschreven door Catherine Drinker Bowen en Babara von Meck, wordt er kritiek geuit op deze theorie. De schrijfsters wijzen naar een brief die Tsjaikovski op 22 februari 1893 schreef aan Vladimir Davidov als het belangrijkste bewijs voor het scenario van zelfmoord. Tsjaikovski schrijft dat de Zesde Symfonie een programma heeft dat voor iedereen geheim zal blijven en dat het werk zo subjectief is, dat hij tranen liet tijdens het componeren. Aanhangers van de zelfmoordtheorie menen dat het onderwerp van de symfonie de dood was. Maar, brengen de schrijfsters in, eenieder die Pjotr Tsjaikovski daadwerkelijk heeft gekend, zou deze tranen van artistieke creatie opvatten als tranen van vreugde en overwinning.[21] Dit is een kwestie van interpretatie.


Executie met arsenicum


Afb. 3. Tsjaikovski’s jaar van de Keizerlijke School voor Jurisprudentie, Tsjaikovski op de voorste rij gezeten voor de man met de das, 29 Mei (10 juni) 1859, Tchaikovsky Research, geraadpleegd op 1 februari 2021, http://en.tchaikovsky-research.net/pages/File:Photo003.jpg. In zijn roman Kolja (2017) beschrijft Arthur Japin de aanloop naar de dood van Tsjaikovski zoals die hem het meest aannemelijk lijkt.[22] Cholera was volgens hem zeker niet de doodsoorzaak, waarvoor hij als argument onder meer de incubatieperiode van deze ziekte aanhaalt. Tsjaikovski zou uiterlijk woensdagochtend, ver vóór het souper bij Leiner, besmet moeten zijn geraakt, om op de ochtend van donderdag ziek te zijn.[23] De trouwe Alexis, die zijn zieke meester continu gewassen en verzorgd heeft, is ondanks dat kerngezond gebleven.[24] Nikolaj Rimski-Korsakov, die op maandag 6 november in het huis aanwezig is, zegt dat de overleden ‘cholerapatiënt’ zelfs op het hoofd werd gekust.[25] Bovendien was het wettelijk verplicht om slachtoffers van besmettelijke ziekten zo snel mogelijk in een verzegelde kist op te bergen, terwijl de overleden componist bijna twee dagen later nog in huis lag.[26]

Japin vertelt een heel ander verhaal. Tsjaikovski was naar de zeer prestigieuze School voor Jurisprudentie geweest en was onderdeel van een jaarclub.[27] Het aanzien en de vriendjespolitiek hoorden bij het uniform van de school, daartegenover stond dat men de eer van het uniform ten koste van alles moest bewaken.[28] Deze eer dreigde beschadigd te worden. Tsjaikovski had namelijk een liefdesverhouding met prins Saltikov, de neef van graaf Stenbok-Fermor, die de positie van keizerlijke stalmeester bekleedde. Eén van de huisknechten van Saltikov heeft hierover bewijs in de vorm van liefdesbrieven verzameld en aangeleverd bij graaf Stenbok-Fermor. De oom van Saltikov schrijft hierover aan de tsaar en legt de schuld bij Tsjaikovski, voor het corrumperen van zijn neef. “Sodomieten” (een lasterlijke term die in deze tijd voor homoseksuelen werd gebruikt) werden gewoonlijk naar de kampen in Siberië verbannen. De hogere kringen werden eerst ontzien, tot in 1889 een netwerk verbonden aan het Alexandrinskitheater werd opgepakt. Tsjaikovski heeft altijd kunnen rekenen op de goedgezindheid van de tsaar, maar het gevaar was dat er bewijs in de verkeerde handen terecht was gekomen.[29]


Op dinsdag 31 oktober kwam de jaarclub bijeen.[30] De groep bestond uit August Gerke, Ivan Toertsjaninov, Vladimir Gerard, Alexej Belostotski, Nikolaj Schreiber, Boris Brovtsin, Mordvinov, Nikolaj Jakobi en Tsjaikovski.[31] Om zeven uur ’s avonds arriveerde Tsjaikovski bij Jakobi thuis, de rest kwam een uur later. Tot ver na middernacht vond de veroordeling van Tsjaikovski plaats. Zijn onvoorzichtigheid bracht de eer van de school in gevaar en de levens van schoolgenoten van dezelfde geaardheid. Er was geen andere uitweg dan Pjotr Iljitsj Tsjaikovski ter dood te veroordelen.[32] Dit zou gebeuren met vergif, dat Jakobi van dokter Lev Bertenson kreeg. Het plan was om te doen of het cholera was.[33] Hun stok achter de deur was een belastende brief over Modest, die vrijgegeven zou worden als de veroordeelde zich niet aan het vonnis hield.[34] Er was nog niet unaniem besloten, omdat Gerke en Gerard nog niet hadden gestemd.[35]


De te theatrale vertoning bij Leiner, waarbij Tsjaikovski het water dronk, was een signaal naar Jakobi, die daar ook aanwezig zou zijn geweest, dat hij zich zou neerleggen bij het komende oordeel.[36] Hierbij zou hij gezegd hebben: “Het doet er nu niet meer toe.”[37] Op donderdagochtend, op weg naar Nápravník, werd de nietsvermoedende componist opgewacht door Gerke en Gerard, die hun besluit aan hem bekendmaakten. Gedesillusioneerd keerde Tsjaikovski terug naar huis, waar hij zich om half twaalf in zijn kamer opsloot.[38] Met de lunch nam hij een glas ongekookt water naar zijn kamer, waarmee hij een flesje arsenicum wegdronk. Na de lunch, om half één, verschenen de eerste symptomen.[39] Arsenicumvergiftiging wordt volgens Japin gekenmerkt door akelige pijn in maag en darmen, veel braken en overmatige ontlasting. Uitdroging en nierfalen worden de patiënt uiteindelijk fataal. Dit lijkt sprekend op de lijdensweg van Tsjaikovski.[40] Na de vergiftiging duurt het hooguit een paar uur voordat men symptomen ontwikkelt, waardoor het tijdsverloop van dit scenario zeer geloofwaardig is.[41] Echter, het beraad vond volgens Japin plaats op 31 oktober, wat de dag is waarop Tsjaikovski volgens The Life & Letters naar een privévoorstelling van De Makkabeeën was geweest.[42] Wellicht is Tsjaikovski dus op een andere dag ter dood veroordeeld.


Een beschouwing

De officiële verklaring van Modest Tsjaikovski is bij nader onderzoek onhoudbaar en wel vanwege de incubatietijd van cholera. Het blijkt onmogelijk dat een glas besmet water van de lunch de oorzaak is van cholera in de middag. De oplossing van Klaus Mann is creatief en biedt nieuw perspectief, hoewel het zeer ongeloofwaardig is dat een restaurant ongekookt water opdient. Leiner had volgens Japin altijd Vichy mineraalwater in huis voor Tsjaikovski, die dat als vaste klant graag dronk.[43] Daarnaast vind ik het zelf moeilijk om te geloven dat Tsjaikovski van plan was uit het leven te stappen. Zijn depressieve neigingen zijn mij bekend, maar dit einde is te slordig om door hemzelf te zijn beraamd. Het Derde Pianoconcert bijvoorbeeld, was voltooid op de orkestratie van het Andante en de Finale na.[44] Het zou logisch zijn om dit stuk af te maken of te vernietigen voordat men een artistieke carrière afsluit.


Arsenicumvergiftiging lijkt het best te passen in het tijdskader van de laatste dagen van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. De bronnen van Japin zijn tevens interessant. Hij refereert aan mevrouw Jakobi, die hier pas over begon te spreken na het overlijden van haar man. Zij heeft de ereraad in haar eigen huis meegemaakt en veel van het gesprek gehoord terwijl zij in de andere kamer zat.[45] De getuigenis van mevrouw Jakobi is te herleiden naar Tsjaikovski-kenner Alexandra Anatoljevna Orlova. In 1966 hoorde zij dit verhaal van de oude curator Alexander Voitov, die het geheim sinds 1913 had bewaard en het niet wilde meenemen in zijn graf. Mevrouw Jakobi was een vriendin van zijn familie en toen zij oud was, wilde ook zij van het geheim verlost worden, ondanks dat zij haar man had beloofd er nooit over te spreken.[46] Zo heeft de herinnering van Jelizaveta Karlovna Jakobi de tijd doorstaan om in de jaren 1980, bijna een eeuw na dato, leven te geven aan een nieuwe discussie.




Literatuur

‘Aleksandra Davydova’. Tchaikovsky Research. Geraadpleegd 29 oktober 2020. http://en.tchaikovsky-research.net/pages/Aleksandra_Davydova


Azman, A. S., Rudolph, K. E., Cummings, D. A. T. & Justin Lessler. “The incubation period of cholera: a systematic review.” J Infect. 2013 mei; 66(5): 432–438. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23201968/


Drinker Bowen, C. & Meck, B. von. “Beloved friend”: The Story of Tchaikowsky and Nadejda von Meck. New York: Random House, 1937.


‘Hunyadi János glauber salt curative water’. Medaqua. Geraadpleegd 28 oktober 2020. https://medaqua.hu/en/curative-water/hunyadi-janos


Japin, A. Kolja. 7e druk. Amsterdam: Uitgeverij de Arbeiderspers, 2017

.

Mann, K. Symphonie Pathétique. 2e druk. Amsterdam: Andries Blitz, 1949.


Orlova, Alexandra & Brown, David. “Tchaikovsky: The Last Chapter.” Music & Letters 62(april 1981)2: 125-145. DOI: https://www-jstor-org.proxy.library.uu.nl/stable/pdf/735028.pdf?refreqid=excelsior%3A5a8c21a881b6588b61f6114857eb7f44 (geraadpleegd 3 februari 2021).


Tsjaikovski, M. I. The Life & Letters of Peter Ilich Tchaikovsky. Londen: John Lane The Bodley Head, 1902.


Voetnoten [1] Tsjaikovski, The Life & Letters of Peter Ilich Tchaikovksy, pp. 4 & 724. [2] Ibid., pp. 735 & 747. [3] Ibid., pp. 719-725. [4] ‘Alexandra Davydova’. Website Tchaikovsky Research. [5] Tsjaikovski, The Life & Letters, pp. 719-721. [6] Ibid., p. 722. [7] Ibid., pp. 722-723. [8] Ibid., p. 723. [9] ‘Hunyadi János glauber salt curative water’. Website Medaqua. [10] Tsjaikovski, The Life & Letters, pp. 723-724. [11] Ibid., p. 724. [12]Ibid., p. 724. [13] Ibid., pp. 612-617. [14] Ibid., pp. 724-725. [15] Azman, A. S., Rudolph, K. E., Cummings, D. A. T. & Justin Lessler. “The incubation period of cholera: a systematic review.” [16] Mann, Symphonie Pathétique, p. 290. [17] Ibid., p. 292. [18] Ibid., p. 297. [19] Ibid., pp. 292-293. [20] Ibid., p. 293. [21] Drinker Bowen & Von Meck, “Beloved friend”: The Story of Tchaikowsky and Nadejda von Meck, pp. 447-448. [22] Japin, Kolja, p. 336. [23] Ibid., p. 91. [24] Ibid., p. 15. [25] Ibid., pp. 23 & 337. [26] Ibid., pp. 135-136 & 337. [27] Ibid., pp. 67-68. [28] Ibid., p. 286. [29] Ibid., pp. 220-226. [30] Ibid., p. 280. [31] Ibid., pp. 68-70. [32] Ibid., pp. 280-286. [33] Ibid., p. 317. [34] Ibid., p. 287. [35] Ibid., p. 319. [36] Ibid., pp. 118 & 319. [37] Ibid., p. 117. [38] Ibid., pp. 319 & 180. [39] Ibid., pp. 180-182. [40] Ibid., p. 86. [41] Ibid., pp. 210-211. [42] Tsjaikovski, The Life & Letters, p. 722. [43] Japin, Kolja, p. 116. [44] Tsjaikovski, The Life & Letters, p. 749. [45] Japin, Kolja, p. 333. [46] Alexandra Orlova & David Brown, “Tchaikovsky: The Last Chapter,” Music & Letters 62(april 1981)2: 133-134.

0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

In hun Research Seminar project, heeft dit groepje gekeken naar de verschillende theorieën die er bestaan over de dood van Mozart