Het Kattenvrouwtje

Een ‘Little Big History’ van de huiskat en haar eeuwige verbintenis met de vrouw.

Auteur: Frances Ouwejan


Afbeelding 1 (Hitchen, 2017). Het kattenvrouwtje.


Tijdens het schrijven van deze ‘Little Big History’ kijk ik naar de katten liggend aan het voeteneind van mijn bed. Ik vraag mij af of ik een kattenvrouwtje ben.

Als je het mij zou vragen, zou ik zeggen:

“Ik denk dat ik wel een kattenvrouwtje ben, althans dat is één van de vele hokjes waarin men mij kan plaatsen. Een ander hokje is het hokje van de vrouw. Ik ben een vrouw.

Ik ben een vrouw met liefde voor katten, een kattenvrouwtje dus.” Ikzelf vind dit positief, maar toch wordt deze term niet vaak in de positieve zin gebruikt. Ben je een kattenvrouwtje dan ben je gedoemd om je leven te leven met alleen katten, zonder partner en/of kinderen, je draagt meestal geitenwollen sokken en bent eigenlijk ook wel een beetje gek (Schetzer, 2018). Ten tijde van de late Middeleeuwen en Renaissance zou je zelfs als heks gezien kunnen worden!


Hoe is het beeld over ‘het kattenvrouwtje’ ontstaan? Dit is iets wat ik mij afvraag. En als ik hier een antwoord op wil krijgen, zal ik moeten kijken naar de geschiedenis. Maar waar begin ik dan? De geschiedenis is ongelooflijk lang en wat ik zal onderzoeken, zal ik niet allemaal kunnen beschrijven in deze ‘Little Big History’. Daarom zal ik aan de hand van drie disciplines, in vier verschillende tijdvakken antwoorden zoeken op de vraag “Hoe is het beeld over ‘het kattenvrouwtje’ ontstaan?”.

Het eerste tijdperk waarin ik antwoorden zal zoeken is de pre-humane tijd. In dit tijdperk zal ik aan de hand van de discipline biologie onderzoeken hoe de kat is geëvolueerd tot de huiskat, zoals men haar nu kent. Ik zal ook onderzoeken wanneer en hoe de domesticatie van de kat heeft plaatsgevonden. Hiervoor zal ik terug moeten naar de tijd van de eerste boeren, ongeveer tienduizend tot achtduizend jaar geleden.

Om de verbintenis tussen de kat en de vrouw te onderzoeken zal ik in het derde tijdvak, 2575-2130 v.Chr. in het oude Egypte, aan de hand van de discipline geschiedenis, bekijken wat de status van de vrouw en kat in deze tijd was. De status van de vrouw en de kat zal ik ook onderzoeken in de 14e tot 17e eeuw, de tijd van de late Middeleeuwen en Renaissance.

Tenslotte onderzoek ik in de laatste paragraaf waarom het beeld over het tegenwoordige kattenvrouwtje negatief is. Ik zal dit onderzoeken aan de hand van de discipline genderstudies.

Ik verwacht dat dit perspectief mij duidelijkheid kan geven over de link tussen katten en vrouwen en dat ik daarmee een antwoord kan vinden op de vraag hoe het beeld over ‘het kattenvrouwtje’ is ontstaan.

Het begin van de kat

Figuur 1 (Oleska, 2019). Felinae.


Om duidelijkheid te krijgen over hoe het beeld over het ‘kattenvrouwtje’ is ontstaan, is het goed om te weten waar de huiskat, zoals men die nu kent, vandaan komt. Voordat ik, aan de hand van de biologie, een uitleg geef over waar de kat vandaan komt, is het belangrijk te vermelden dat de evolutie van de kat lastig te bepalen is. Dit, omdat er relatief gezien weinig fossielen van katachtigen gevonden zijn. Wanneer er wél fossielen gevonden zijn, zijn deze moeilijk van elkaar te onderscheiden (O’Brien & Johnson, 2007).

Op basis van de informatie verstrekt uit het fossielenarchief stelt men dat de voorouder van de kat twintig miljoen jaar geleden heeft geleefd, maar uit nader onderzoek blijkt dit niet volledig te kloppen. Tegenwoordig is er doormiddel van DNA-onderzoek meer mogelijk op het gebied van fossielen onderzoeken. Uit DNA-onderzoek blijkt dat de voorouder van de kat 10,8 miljoen jaar geleden, in het pre-humane tijdperk, in Zuidoost-Azië heeft geleefd (Werdelin, L & Yamaguchi, N & Johnson, W.E. & O'Brien, S.J., 2010). Deze voorouder maakt ook deel uit van de Proailurus familie, maar men weet niet exact welke species (term uit de biologie voor soorten) het betreft. Er wordt vanuit gegaan dat het om de Styriofelis gaat (Werdelin et al., 2010).

In de evolutieboom (Figuur 2) van de kat, ofwel Felinae (Figuur 1) kan men het pad terug naar de voorouders volgen. Als men vanaf de Felinae naar de Styriofelis (C) gaat en het pad verder terug volgt, komt men uit bij de Proailurus (B). Ook is terug te zien dat men de voorouders van de Proailurus (B) niet heeft kunnen achterhalen, aan de hand van de vraagtekens die zijn genoteerd.

Figuur 2 (Werdelin et al., 2010). Evolutieboom van de kat (Felinae) en haar voorouders.


Vanuit Zuidoost-Azië zijn de voorouders van de kat zich gaan verspreiden over andere continenten. Deze migratiedrift is te verklaren aan de hand van het karakter van katachtigen. De katachtigen hebben een groot territoriumdrift en hebben dus veel ruimte nodig (O’Brien & Johnson, 2007).

De migratie vond plaats in twee verschillende golven. Tijdens de eerste golf trokken de voorouders van de kat naar Afrika en Noord-Amerika. Dit was mogelijk doordat de zeespiegel, van onder andere de Rode Zee, door opwarming van het klimaat erg laag was. Een tijd later zijn de voorouders van de kat verder gemigreerd naar Zuid-Amerika (O’Brien & Johnson, 2007). Doordat de zeespiegels in de jaren erna terug rezen naar hun oorspronkelijke hoogte, werden de voorouders van de kat gescheiden van elkaar. Doordat de katten zich aanpasten aan de habitat (de leefomgeving van species) waarin zij verbleven, zijn er uiteindelijk nieuwe soorten katten ontstaan (O’Brien & Johnson, 2007). Dit gegeven is te verklaren aan de hand van Charles Darwin’s evolutietheorie. In zijn evolutietheorie verklaart hij verschillen binnen species. Deze verschillen binnen de species ontstaan volgens Darwin door natuurlijke selectie. Bij natuurlijke selectie planten alleen de individuen zich voort die het best zijn aangepast aan hun leefomgeving (Than, 2018).

Tijdens de tweede golf zijn de verschillende soorten katten over en weer gemigreerd tussen de verschillende continenten. Ook dit keer kwam dat door een daling van de zeespiegels. In een paar miljoen jaar hebben de voorouders van de kat zich dus over de continenten verspreid (O’Brien & Johnson, 2007). Hoe zijn deze katten dan nu in onze huiskamers terecht gekomen?

Anders dan bij honden, koeien, kippen of varkens heeft de kat hoogst waarschijnlijk zichzelf gedomesticeerd. Dit gebeurde ongeveer zesduizend jaar geleden, toen de mens zich vestigde op vaste plaatsen en de landbouw ging bedrijven (Bradshaw, 2012). Toen men op vaste plaatsen ging wonen en voedsel konden gaan verbouwden, betekende dit ook dat hun voedsel kon worden opgeslagen. Het produceren en opslaan van voedsel trok dieren als vogels, muizen en ratten aan. Deze dieren trokken op hun beurt weer katten aan (Bradshaw, 2012). De katten bleven dicht bij de vestigingen van de mens, omdat de vogels, muizen en ratten hier ook steeds terugkwamen. De mens accepteerde dit, omdat de kat daarmee de rol van ongedierteverdelger op zich nam (Bradshaw, 2012).


Van God tot duivel en van schepster van het leven tot heks

Het ontstaan van de kat gaat dus ver terug in het pre-humane tijdperk. Toen eenmaal de mens in beeld kwam en zij zich vestigde, begon een relatie tussen mens en kat. Deze relatie was er één in de positieve zin, want de kat had een rol van ongedierte verdelger voor de mens. Toch werd de relatie tussen mens en kat niet altijd als positief bestempeld.

Wanneer men, aan de hand van de geschiedenis, onderzoekt wat de relatie was tussen mens en kat vallen twee tijdperken op. Het eerste tijdperk is 2575-2130 v.Chr. In dit tijdperk valt namelijk het oude Egypte op. Het tweede tijdperk is de tijd van de late Middeleeuwen en de Renaissance, 14e-17e eeuw. Daarnaast valt ook op dat de relatie tussen kat en mens, er vooral één was tussen de vrouw en de kat.

In het oude Egypte geloofde men dat vrouwen van fundamenteel belang waren. De vrouw had namelijk een belangrijke rol in de schepping van het leven op aarde (Schulze, 1993). De vrouw in het oude Egypte genoot van vrijheid en waardering. Vaak werd zij net zo waardig afgebeeld als de man en werd zij ook afgebeeld als een werkende vrouw in de samenleving (Schulze, 1993). De vrouw in het oude Egypte was daarnaast niet onderworpen aan het gezag van haar vader of haar man, ze was gelijkwaardig en had dezelfde plichten (Schulze, 1993).


Afbeelding 2 (AlexArt, 2020). Egyptische kat.


Ook de kat had een hoogwaardige status in het oude Egypte, omdat de oude Egyptenaren geloofden dat de kat een magisch dier was, dat geluk bracht aan haar verzorgers (Turner & Bateson, 2000). De oude Egyptenaren brachten daarom offers aan de katten en begroeven de katten met hun verzorgers, zodat de kat in het hiernamaals hen nog steeds geluk kon brengen. Daarnaast stond de doodstraf op het vermoorden of verwonden van katten (Turner & Bateson, 2000).

De kat was dus een heel belangrijk dier in het oude Egypte. Zij werd zelfs afgebeeld als de godin van de vruchtbaarheid: Bastet. Deze godin, Bastet, was een vrouw met een kattenhoofd. Dat deze godin het onderlichaam van een vrouw had en het gezicht van een kat, kan verklaard worden aan de gelijkenissen die men in deze tijd zag tussen de kat en de vrouw. Beide werden beschouwd als sierlijke en magische wezens. Daarbij hadden de kat en de vrouw prachtige amandelvormige ogen. Dit was bij de vrouw natuurlijk niet altijd het geval, maar dit loste de vrouw op door met make-up haar oogcontouren te veranderen naar een ware ‘cat-eye’ (Schulze, 1993).



Het positieve beeld over de vrouw en de kat sloeg om in de tijd van de late Middeleeuwen en Renaissance. In deze tijd was de status van de vrouw een stuk minder hoog dan in het oude Egypte. Vrouwen waren ondergeschikt aan de man en waren eigenlijk altijd aan huis gebonden (Bovey, 2015).

Afbeelding 3

(Ancienthistorylists, 2019)

'Cat-eye' make-up in het

oude Egypte.


Voor de kat gold ook dat haar status heel anders lag dan in het oude Egypte. Dit kwam vooral door het overheersende geloof in de late Middeleeuwen en Renaissance (Bovey, 2015).

In de late Middeleeuwen en Renaissance overheerste het Christendom. In de bijbel stond dat Eva ‘de verboden vrucht’ had gegeten. Daardoor was de mens niet meer welkom in ‘het paradijs’ (Bovey, 2015). Doordat de vrouw dit had veroorzaakt, werd zij vaak met een slangenhoofd afgebeeld in kunstwerken. Het gebruik van een slangenhoofd kan uitgelegd worden aan de hand van verhalen in de bijbel. De slang representeert Satan, omdat hij zijn eerste entree maakte, in de bijbel, als slang (Michelet & Allinson, 1970). Naast de slang, werd de kat ook snel gezien als een symbolisatie van Satan en een symbool van onheil. Dit komt doordat de kat net als de slang spleetvormige pupillen heeft. (Michelet & Allinson, 1970).

De kat is niet de enige diersoort met spleetvormige pupillen, een gekko of krokodil heeft dit bijvoorbeeld ook. Dat nou juist de kat werd gezien als een representatie van Satan, kan worden verklaard aan de hand van het gegeven dat de kat het meest voorkwam in de omgeving van de mensen in de late Middeleeuwen en de Renaissance.