top of page

Wordt Roald Dahl echt "woke"?

Hoe we kinderboeken her- en vertalen


Door Esmee Woltring


Twitter stond er vol mee: boze reacties op de recent aangekondigde “woke” hertalingen van de kinderboeken van Roald Dahl. Met extreme krantenkoppen als The Sun’s, “Rewriting books is a blight on our history and an erosion of our childhoods”, is het moeilijk om je er niet over op te winden. Als je het internet en de krantenkoppen moet geloven, is er een ware cultuuroorlog gaande rondom de “woke” aanpassingen aan de geliefde kinderverhaaltjes. Zo lijken velen verontwaardigd dat het woord “fat” verandert in “enormous”, en dat “ugly” ook niet meer voor mag komen. Er zijn ook zinnen toegevoegd, wat bij velen in het verkeerde keelgat schoot. Bij De Heksen staat er nu bijvoorbeeld een uitleg bij dat vrouwen die pruiken dragen niet altijd wreed zijn, zo laten verschillende nieuwsbronnen weten (voor meer voorbeelden kunt u ook terecht bij The Guardian, The New York Times, VRT NWS of NU.nl). Nu deze hertalingen in Engeland daadwerkelijk zijn verschenen (dan wel naast de originele versies, die dankzij de heftig online discussies ook mogen blijven, aldus de uitgeverij), blijven er voor Nederlandse Roald Dahl-liefhebbers een aantal vragen over. De voornaamste hiervan luidt: moeten wij soortgelijke aanpassingen ook in toekomstige Nederlandse edities overnemen? En, minder expliciet gesteld maar niet minder belangrijk: hoe druk moeten wij ons hier eigenlijk over maken?


Wie is de eigenaar van de tekst?

Een woordvoerder van de Roald Dahl Story Company stelt dat het heel gebruikelijk is om kinderboeken te herzien. Hier zit zeker een kern van waarheid in: de bekende Famous Five -boeken van Enid Blyton zijn bijvoorbeeld in 2010 al hertaald , en een aantal Dr Seuss boeken zijn zelfs helemaal uit de schappen gehaald. Aanpassingen aan de verhaallijn in vertalingen zijn ook niet nieuw: kijk maar naar de sprookjes van de Duitse gebroeders Grimm, of naar de verschillende versies van De Drie Musketiers van de Franse Alexandre Dumas. Beiden zijn door de jaren heen aangepast in adaptaties, hertellingen en vertalingen. Van het geweld in de Grimm-sprookjes is in de Amerikaanse Disney-verfilmingen of de Nederlandse Efteling-attracties weinig meer terug te zien. De eerste Engelse vertalers van De Drie Musketiers hebben ook absoluut met wat zedenkwesties gerommeld. Veranderingen aan de gemeende “kern” van de brontekst zijn dus niet nieuw.


Dit staat op gespannen voet met een idee dat tegenwoordig onder veel consumenten heerst: trouw blijven aan de brontekst. Dit is echter niet zo simpel als het lijkt. Roald Dahl’s boeken worden bijvoorbeeld gekarakteriseerd door creatief taalgebruik, waarbij de personages zelf woorden verzinnen. De Grote Vriendelijke Reus, in het gelijknamige boek, eet bijvoorbeeld “human beans” (een woordspeling op “human beings”), en spreekt in “gobblefunk”, zijn eigen aparte taaltje. In de Nederlandse vertaling spreekt hij over “mensbaksels” (een woordspeling op “misbaksels”) en noemt hij zijn taal “husseltaal”. Dit wordt door vertaalwetenschapster Christiane Nord een tekstspecifiek vertaalprobleem genoemd. Hiernaast identificeert zij nog drie andersoortige veelvoorkomende vertaalproblemen waar vertalers rekening mee moeten houden. Natuurlijk worden hier oplossingen voor gevonden (die van Roald Dahl-vertaalster Huberte Vriesendorp zijn immers alom geprezen), maar dit houdt wel in dat het verhaal hoe dan ook gefilterd wordt door de interpretatie en creativiteit van een vertaler. Het idee dat het noodzakelijk of zelfs mogelijk is om bij een vertaling volledig trouw te blijven aan een brontekst, moeten wij dus uit ons hoofd zetten. Wel kunnen wij ons afvragen wat onze prioriteiten in het maken van bron- of doeltaal gerichte keuzes zouden moeten zijn.


Wat betekent het als een auteur naar de achtergrond verdwijnt?

Bij de voorbeelden van Dumas en de gebroeders Grimm zijn de auteurs door de jaren heen minder op de voorgrond geplaatst dan Roald Dahl. De Drie Musketiers is in de Engelssprekende wereld uitgegroeid tot een kindervermaak-franchise waarbij consumenten zich niet altijd bewust zijn van de Franse oorsprong. Ook kijkers van de Disney-films over de Grimm-sprookjes zijn zich vaak niet bewust van de Duitse achtergrond. Zo worden de verhalen als cultureel erfgoed behandeld. Dit is niet geheel onterecht: de gebroeders Grimm hadden voor hun sprookjes sowieso al veel inspiratie opgedaan uit mondeling overgedragen volksverhalen en van beide voorbeelden kan gesteld worden dat het origineel zo lang geleden is geproduceerd dat het auteursrecht verlopen is, wat de deur naar creatieve herinterpretaties verder openzet.


Bij Dahl ligt dit net iets gevoeliger: zijn naam is nog altijd sterk verbonden aan zijn werken, die ook van een recentere aard zijn. Dit soort verhoudingen kunnen goed worden weergegeven met behulp van de polysysteemtheorie van vertaalwetenschapper Itamar Even-Zohar. In zijn theoretisch kader worden literaire werken en hun vertalingen als onderdeel van een cultureel systeem voorgesteld, waarbij ze centraal en vormgevend aan de cultuur kunnen zijn, of perifeer en volgend aan bestaande normen en waarden. Bij Dumas en Grimm zijn vertalingen en adaptaties duidelijk een centrale rol gaan spelen in de culturele systemen van de nieuwe doelculturen. Dat de boeken van Roald Dahl nu ook worden hertaald kan dan ook als een stap dichterbij het volledig behoren tot Brits cultureel erfgoed gezien worden. Wanneer de werken van Dahl als “heritage book” beschouwd worden, en dus centraal zijn in het Britse culturele systeem, wordt men zich meer bewust van wat dit zegt over de cultuur. Daardoor kan de drang tot herschrijven groter worden. Dahl zelf leek zich ook al in zekere zin bewust te zijn van de rol die zijn boeken speelden in het cultureel geheugen. Zo maakte hij zelf al een aanpassing aan de Oompa Loompa’s uit Sjakie en de Chocoladefabriek: waar dit eerst kleine zwarte mannen waren die Willy Wonka uit Afrika had meegenomen, werd dit later aangepast tot grappige oranje mannetjes. Waar deze hertalingen verder gaan dan wat de auteur zelf heeft bepaald, is er niet direct sprake van verraad aan de auteur: het is eerder een teken van de kracht van zijn werk. Wat wij ons als Nederlanders dan ook af moeten vragen, is wat voor positie Dahl’s werk heeft in ons socio-cultureel systeem, en wat voor waarde wij hieraan moeten hechten.


Illustratie van zwarte Oompa Loompa’s uit de originele versie van "Charlie and the Chocolate Factory" uit 1964


Bovendien staken er voor Dumas en Grimm de afgelopen decennia nieuwe vertalingen de kop op, met de ambitie weer dichter bij de bronteksten te komen. In 2006 verscheen een nieuwe Engelse vertaling van De Drie Musketiers, die de tekst van Dumas centraler plaatste dan eerdere vertalingen. Ook de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn opnieuw naar het Engels vertaald in 2014, in al hun bloederige glorie. Allebei deze hervertalingen duiden op een hernieuwde interesse in de culturele achtergrond van deze verhalen, vooral op academisch gebied: Grimm-vertaler Jack Zipes is een academicus die zich bezighoudt met Duitse literatuur, en Richard Peaver, die De Drie Musketiers in 2006 naar het Engels vertaalde, was ook zeer gefocust op “goede” vertaalpraktijk gegrond in vertaaltheorie. Het is juist omdat aangepaste versies van deze verhalen zoveel centrale culturele waarde hebben gekregen, dat de wetenschap een hernieuwde interesse in de geschiedenis ervan ervaart. Soortgelijke waardering voor Dahl is dan ook niet ondenkbaar.


Wat verwachten wij van kinderboeken?

Het loont ook om te kijken naar de waarde die wij als maatschappij aan kinderboeken toeschrijven. De verhaaltjes van de gebroeders Grimm werden minder bloederig gemaakt in latere versies om kinderen minder angst aan te jagen en de seksueel-twijfelachtige scenes werden in het werk van Dumas aangepast door vroege vertalers omdat zij hun jonge publiek hier niet aan wilden blootstellen. Veranderingen in kinderliteratuur hebben dus vaak te maken met wat men wel en niet gepast acht voor kinderen. Interessant genoeg stelt vertaalwetenschapper Lieven D’Hulst dit als een van de centrale vragen die men moet beantwoorden bij het samenstellen van een vertaalgeschiedenis: waarom ontstaat een vertaling precies in deze vorm? Het moederbedrijf van Britse uitgeverij Puffin, Penguin, geeft in een statement aan dat zij een grote verantwoordelijkheid ervaren voor tegenover hun jonge lezers: “taking care for the imaginations and fast-developing minds of young readers is both a privilege and a responsibility”. Op dit verantwoordelijkheidsgevoel valt ook enigszins kritiek te uiten: culturele blootstelling is namelijk ook belangrijk voor kinderen. Cultuur verandert immers niet slechts tussen plaatsen, maar ook in verschillende tijden. De afweging ligt dan dus bij de vraag of wij een Nederlandse en eenentwintigste-eeuwse morele boodschap aan deze kinderboeken willen verbinden, of dat wij het belangrijker vinden Nederlandse kinderen bloot te stellen aan een andere tijd en cultuur. Zipes stelt bijvoorbeeld over zijn Grimm-hervertalingen dat hij het tijd vindt dat ouders hun kinderen niet proberen te beschermen tegen vervelende aspecten van de geschiedenis. Hier is echter nog veel ruimte voor sociaal-maatschappelijke discussie.


Dit verantwoordelijkheidsgevoel is ook maar een aspect van deze kwestie. Wat ook erg belangrijk is, is de winstgevendheid van deze cultureel relevante werken. Vertalingen van werken als die van Dumas en de gebroeders Grimm zijn immers uitgegroeid tot zeer rendabele culturele fenomenen. Dit leidt tot een volgende vraag die D’Hulst stelt: wie verlenen support aan her- en vertalingen, en hoe profiteren zij daarvan? Het is dan ook geen verassing dat de Roald Dahl Story Company recent is opgekocht door Netflix, met de ambitie om ook hier nieuwe adaptaties van te maken. Wanneer blijkt dat de maatschappij zich bezighoudt met politiek correct taalgebruik, lijkt het logisch dat bedrijven hierop willen inspelen. Dit roept vragen op over de oprechtheid van de verklaarde intenties omtrent verantwoordelijkheid, en zorgen over de commercialisering van kunst. Hoe de Nederlandse uitgeverij hiermee omgaat, zegt dus ook iets over haar rol in de Nederlandse tak van dit machtsspel.


Dus wat betekent dit voor de Nederlandse vertalingen van Roald Dahl’s boeken?

Vooralsnog kunnen Nederlandse Roald Dahl-liefhebbers zich geruststellen met een cruciaal feit: het is niet ongebruikelijk dat vertalingen verschillen per land en het is ook niet zeldzaam dat de culturele rollen van teksten verschillen per cultuurgebied. Dit is ook terug te zien in de reactie van de directeur van de Nederlandse uitgever: “Die sensitiviteit speelt vooral in Engeland en de Verenigde staten. Wij zijn in Nederland nuchterder”. Dit wil niet zeggen dat ik me al te prescriptief wil uiten over of en hoe onze Nederlandse vertalingen van Roald Dahl’s boeken vormgegeven moeten worden. Noch het behoud van de originele vertaling, noch het aanpassen hiervan, zou in mijn optiek een teken zijn van het verderf van de jeugd of een verraad aan de auteur. Wat deze discussie wel belangrijk maakt, is dat de keuzes die de Nederlandse uitgeverij hierover maakt iets zullen zeggen over onze culturele ideologieën over het eigenaarschap van de tekst, de positie van de vertalingen in ons cultureel systeem en de rollen die geld en kinderbelangen hierin spelen. Zie dit dus niet als een gewonnen (of verloren) veldslag in de razende cultuur-oorlog, maar behoud ook een kritische houding tegenover de uitgeverijen als machtige culturele instanties wanneer er geen groot Twitter-debat aan te pas komt.


Meer weten?

Academische werken die hier gebruikt zijn ter contextualisering:

Opiniestukken en nieuwsitems die dieper ingaan op de belangen bij deze her- en vertalingskwestie:

  • Een stuk in The Guardian waarin verschillende reacties op de hertalingen die te maken hebben met censuur worden besproken.

  • Een stuk in The Guardian door assistent-redacteur Nimo Omer, waarin de achterliggende redenen voor deze hertalingen worden onderzocht.

  • Een stuk in The New York Times door essayist Matthew Walther waarin de financiële belangen van betrokken organisaties worden behandeld, en het voorbeeld van De Drie Musketiers wordt aangehaald.

  • Een stuk in VRT NWS door redacteur Lina El Bakkali waarin verschillende voorbeelden van hertalingen en eventuele effecten op de Nederlandse vertalingen worden behandeld.

  • Een stuk op Nu.nl door Hasna Elbaamrani waarin de mogelijke effecten van deze hertalingen op Nederlandse vertalingen worden behandeld.

  • Een stuk in The Guardian door schrijfster Zoe Dubno over de gevaren van sensitivity readers.

  • Een stuk van de BBC door journalist Stephen Evens over de oorsprong van de Grimm-sprookjes.

  • Een stuk in The Guardian door verlaggever Alison Flood over de nieuwere vertaling van de Grimm-sprookjes en de redenen hiervoor.

Statements van betrokken partijen:

0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Introduction to Theatre and Dance Studies Written by Agata Kok Hannah Gadsby is a world class award-winning Australian comedian, a self-proclaimed “funny person”.[1] She created Nannette,[2] a stand-

bottom of page